Vaststelling handicap door andere instanties

In sommige situaties is het niet noodzakelijk om al de stappen van de aanvraag volgens de gewone procedure te doorlopen. Als de betrokkene beschikt over een attest waaruit duidelijk blijkt dat een andere instantie zijn handicap al heeft vastgesteld, dan kan hij beroep doen op een versnelde procedure (procedure artikel 6 bis). Concreet betekent dat dat het VAPH zich niet meer moet uitspreken over de erkenning als persoon met een handicap, maar de persoon op basis van een attest automatisch zal erkennen als persoon met een handicap. 

Wanneer de persoon met een handicap een vraag stelt naar hulpmiddelen zal het dossier voor de afhandeling van de aanvraag wel voorgelegd worden aan de Vlaamse toeleidingscommissie (VTC)opent dialoogvenster voor aanvragen die ingediend zijn voor 1 juli 2019. De Vlaamse toeleidingscommissie zal dan enkel de noodzaak van de gevraagde ondersteuning beoordelen (toekenning interventieniveau/functiebeperking).

Als de toepassing van de procedure artikel 6 bis gewenst is, moeten naast de aanvraagformulieren die bij een gewone aanvraag worden ingediend, ook de vereiste attesten toegevoegd worden. Als de attesten ontbreken, zal het VAPH ze niet actief opvragen en zal de gewone procedure in gang worden gezet.

De volgende attesten komen in aanmerking:

  • Attest van recht op een integratietegemoetkoming
    Een attest dat aangeeft dat er een graad van zelfredzaamheid van ten minste 12 punten werd vastgesteld, of categorie 3, 4 of 5 werd toegekend. Als de geldigheid van het attest beperkt is in tijd (bv. bij chronisch vermoeidheidssyndroom), dan kan de beslissing van het VAPH in het kader van een vraag naar hulpmiddelen en aanpassingenopent dialoogvenster ook beperkt worden in tijd.

    Momenteel worden deze attesten op papier aangeleverd. Het is de bedoeling op termijn zelf te kunnen nagaan (elektronisch) bij de FOD Sociale Zekerheid of iemand in aanmerking komt of niet. Dat maakt het eenvoudiger voor de persoon met een handicap. De machtigingsaanvraag daarvoor is lopende. In een overgangsfase wordt een screenshot uit het elektronisch dossier bij de FOD Sociale Zekerheid als bewijsmateriaal aanvaard.
     
  • Attest van recht op zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningspakket (Groeipakket)/recht op verhoogde kinderbijslag voor het kind met een handicap
    Een attest dat aangeeft dat er minstens 4 punten zijn verkregen bij de evaluatie van de zelfredzaamheid (KB van 3 mei 1991) of een attest dat aangeeft dat men een score heeft van ten minste 18 punten op de medisch-sociale schaal (KB van 28 maart 2003).
     
  • Attest waaruit blijkt dat de betrokkene verlengd minderjarig of onbekwaam verklaard is
     
  • Attest van het buitengewoon onderwijs
    Een verklaring of attest van de laatst bezochte buitengewone onderwijsinstelling (buitengewoon kleuteronderwijs, buitengewoon lager onderwijs (type 2, 4 ,5, 6 of 7) of buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 1 en 2) of een kopie van het inschrijvingsverslag. Beide documenten kunnen gebruikt worden tot de leeftijd van 25 jaar.