Geregistreerde vergunde zorgaanbieders voor geïnterneerden

Kwaliteitseisen

Het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap van 4 februari 2011 (het kwaliteitsbesluit) bepaalt het kwaliteitskader waaraan een vergunde of erkende organisatie moet voldoen. Zorginspectie is bevoegd voor de controle op het naleven van dat kwaliteitskader.

In artikel 4 van het Kwaliteitsbesluit wordt aangegeven welke bepalingen van toepassing zijn op welke voorzieningen. De bepalingen van het besluit zijn van toepassing op de:

  • voorzieningen die niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aanbieden zoals vergunde zorgaanbieders, observatie-, diagnose- en behandelingsunits, forensische VAPH-units, projecten voor personen met een handicap in de gevangenis … 
  • voorzieningen die rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aanbieden
  • multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap
  • diensten ondersteuningsplan
  • opvang in crisis- en noodsituaties 

Het Kwaliteitsbesluit bepaalt de kwaliteitseisen voor de voorziening. De kwaliteitseisen waaraan de voorziening moet voldoen worden hieronder opgesomd.

Aanvang van de ondersteuning

De voorziening kan een gebruiker niet weigeren op grond van etnische afkomst, nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid, sociale achtergrond, ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, of financieel onvermogen.

Bepaalt de voorziening een proefperiode, dan is die proefperiode onderworpen aan voorwaarden. Zo is de proefperiode gelimiteerd tot zes maanden en gelden er afwijkende procedures omtrent het ontslag van de gebruiker.

Overeenkomst met de gebruiker

De voorziening sluit voor het overgaan tot de ondersteuning een schriftelijke overeenkomst met de gebruiker (of zijn wettelijke vertegenwoordiger). Die schriftelijke overeenkomst omvat de individuele dienstverleningsovereenkomst (IDO) en de collectieve rechten en plichten.

Individuele dienstverleningsovereenkomst (IDO) 

De individuele dienstverleningsovereenkomst wordt opgesteld in overleg met de gebruiker op basis van diens noden en mogelijkheden. Hierin worden onder andere de ondersteuningsfuncties, de overeenkomstige kosten en de woon- en leefkosten opgenomen. Ook het handelingsplan maakt integraal deel uit van de IDO (zie bijlage 1 bij het kwaliteitsbesluit ).

Handelingsplan

Het handelingsplan is de verdere concretisering van de IDO voor de persoon met een handicap en zijn begeleiding. Hierin wordt concreet ingevuld hoe de verschillende ondersteuningsfuncties van de IDO zullen uitgevoerd worden. Het plan wordt door gebruiker en voorziening voor akkoord ondertekend.

De IDO bepaalt de frequentie, het tijdstip en de wijze van evalueren van het handelingsplan, maar de gebruiker kan altijd bijkomend een evaluatie van het handelingsplan vragen.

Woon-en leefkosten

Woon- en leefkosten zijn kosten die aangerekend worden voor het gebruik van de kamer, voeding, algemene nutsvoorzieningen en dergelijke (zie artikel 9 §3 van het Kwaliteitsbesluit).

Een nieuwe vergunde zorgaanbieder is verplicht om met woon- en leefkosten te werken. Voorzieningen die sinds de start van de persoonsvolgende financiering beschikken over een vergunning van onbepaalde duur, mogen tijdelijk nog werken met de regeling van de wettelijke bijdragen, maar zullen binnen een bepaalde termijn moeten overstappen van een persoonlijke financiële bijdrage naar woon- en leefkosten. Voor nieuwe houders van een persoonsvolgend budget moeten ook zij nu al woon- en leefkosten in rekening brengen.

Collectieve rechten en plichten

De voorziening stelt de collectieve rechten en plichten op en overhandigt ze aan de gebruiker. Het zijn afspraken binnen de voorziening die op alle gebruikers van toepassing zijn. 

De collectieve rechten en plichten omvatten onder andere de volgende gegevens zoals opgenomen in bijlage 2 van het Kwaliteitsbesluit:

  • de missie, visie, waarden, doelstellingen en strategie van de vergunde zorgaanbieder
  • een omschrijving van het ondersteuningsaanbod met een globale omschrijving van de doelgroep 
  • de wederzijdse rechten en verplichtingen van de gebruiker en de voorziening
  • de wijze van ontslagregeling, opzeggingstermijn enz.
  • de manier waarop het collectief overleg met de gebruikers georganiseerd wordt
  • de manier waarop klachten kunnen ingediend worden en hoe ze behandeld worden, contactgegevens van de klachtencommissie
  • de tarieven van woon- en leefkosten

Rechten van de gebruiker

De gebruiker heeft recht op volledige, nauwkeurige en tijdige informatie over alle aangelegenheden in verband met zijn zorg en ondersteuning die hem rechtstreeks en persoonlijk aanbelangen. Het gaat hier om rechten omtrent:

  • individuele inspraak (o.a. voorafgaand overleg rond wijzigingen in IDO of handelingsplan)
  • het eigen dossier (o.a. een dossier dat door de voorziening zorgvuldig wordt bijgehouden en veilig wordt bewaard; recht op inzage)
  • collectieve inspraak 
  • de klachtenprocedure 

Collectieve inspraak

Voorzieningen die woonondersteuning aanbieden, moeten een collectief overlegorgaan oprichten. Het collectief overlegorgaan bestaat uit gebruikers of hun vertegenwoordigers en telt minstens drie leden. De gebruikers of hun vertegenwoordigers kiezen de leden voor een termijn van vier jaar.

  • De voorziening moet verplicht afstemmen met het collectief overlegorgaan over:
  • wijzigingen aan de collectieve rechten en plichten
  • belangrijke wijzigingen in de algemene woon- en leefsituatie
  • wijzigingen in het concept van de voorziening
  • wijzigingen van de woon- en leefkosten

Collectieve inspraak (gebruikersraad)

De voorzieningen die geen collectief overlegorgaan hoeven op te richten, organiseren collectieve inspraak voor de gebruikers of hun vertegenwoordigers. 

Diensten ondersteuningsplan hoeven geen collectieve inspraak te organiseren.

Klachtenprocedure

De voorziening beschrijft in overleg met de gebruikers of het collectief overlegorgaan de manier waarop ze opmerkingen, suggesties en klachten van gebruikers of hun vertegenwoordigers afhandelt.

De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan een schriftelijke klacht indienen bij de directie van de voorziening. De voorziening houdt schriftelijke klachten bij in een klachtenregister. Dertig dagen na het indienen van de klacht deelt de voorziening aan de indiener schriftelijk mee welk gevolg aan de klacht wordt gegeven.

Als de afhandeling van een klacht geen voldoening schenkt, dan kan de indiener zijn schriftelijke klacht indienen bij een klachtencommissie die de voorziening moet oprichten.

Krijgt de indiener via deze procedure nog steeds geen voldoening bij de afhandeling van de klacht, dan kan de indiener zich schriftelijk wenden tot de leidend ambtenaar van het VAPH. Die gaat na of de voorziening de reglementering heeft nageleefd en treft indien nodig maatregelen. 

Het collectief overlegorgaan kan, in naam van de gebruikers, klachten die over meer dan één gebruiker gaan, en die de gebruikers niet in persoonlijke naam bij de voorziening willen indienen, schriftelijk indienen bij de leidend ambtenaar van het VAPH.

Beëindiging van de zorg en ondersteuning

De voorziening mag een overeenkomst niet eenzijdig verbreken.Tenzij er sprake is van een specifieke reden, zoals bijvoorbeeld overmacht. Bij betwisting kan de gebruiker of zijn vertegenwoordiger zich rechtstreeks wenden tot de klachtencommissie.

De opzegtermijn voor het verbreken van de overeenkomst bedraagt drie maanden tenzij anders overeengekomen.

Bescherming van de integriteit

Een voorziening moet een geschreven referentiekader ontwikkelen voor grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers. Ze hanteert daarbij een procedure voor preventie, detectie van en gepaste reactie op grensoverschrijdend gedrag waar een registratiesysteem deel van uitmaakt. 

Er is een meldingsplicht van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van gebruikers aan het VAPH.

Tijdelijke afzondering

De voorziening kan een procedure voor tijdelijke afzondering hanteren.

De tijdelijke afzondering is toegestaan als:

  • het gedrag van de gebruiker een risico is voor de eigen fysieke integriteit, die van andere gebruikers of die van de personeelsleden
  • de gebruiker materiaal vernielt

Kwaliteitszorg

Een voorziening beschikt over een kwaliteitshandboek (zie Bijlage 3 bij het kwaliteitsbesluit) waarin onder andere de volgende elementen zijn opgenomen:

  • een beschrijving van het aanbod van de voorziening
  • het kwaliteitsbeleid van de voorziening
  • het kwaliteitssysteem met de organisatiestructuur en de processen, zoals intake, opstellen handelingsplan, bijsturen handelingsplan enz.
  • de zelfevaluatie van de gebruikersgerichte processen, de organisatiegerichte processen en de ingezette middelen. De kwaliteitsindicatoren voor de zelfevaluatie worden bepaald door de bevoegde minister. De evaluatie van het beleidsplan maakt deel uit van de zelfevaluatie.

Toezicht en evaluatie

Zorginspectie is belast met het toezicht op het naleven van de bepalingen in het Kwaliteitsbesluit. Als een voorziening niet voldoet aan de vereisten voor een verantwoorde ondersteuning en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, wordt dat door Zorginspectie vastgelegd in een verslag. Het VAPH kan aan de voorziening vragen binnen een te bepalen termijn de nodige maatregelen te nemen om aan de verplichtingen te voldoen. 

Na afloop van de termijn voert Zorginspectie een nieuwe evaluatie uit met specifieke aandacht voor de tekortkomingen uit het eerder opgestelde verslag.       

Stelt Zorginspectie inbreuken vast, dan stuurt de leidend ambtenaar van het VAPH een brief naar de voorziening. Die brief geeft de termijn voor het wegwerken van de  inbreuken weer en informeert de voorziening over een eventueel vervolgbezoek van Zorginspectie.

Documenten

Infonota - Wijzigingen aan het kwaliteitsbesluit na de aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011

Melding grensoverschrijdend gedrag

De VAPH-diensten en -voorzieningen zijn sinds 1 oktober 2012 verplicht om grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van hun gebruikers binnen de context van de hulpverlening, te melden aan het VAPH.

man en vrouw in een yogahouding

Rechten en plichten

Personen met een handicap en gezinnen met kinderen met een handicap moeten kunnen rekenen op kwaliteitsvolle ondersteuning.

Rechten en plichten bij uw zorgaanbieder: veranderingen naar aanleiding van de persoonsvolgende financiering

Als persoon met een handicap moet u kunnen rekenen op kwaliteitsvolle ondersteuning. Diensten en voorzieningen die vergund worden door het VAPH moeten beantwoorden aan bepaalde kwaliteitseisen. Die werden onlangs aangepast.