Persoonlijke-assistentiebudget [PAB]

Besteding stap 3: uw persoonlijke assistent(en) betalen

Om uw persoonlijke assistent te betalen, onderneemt u volgende stappen:

U opent een aparte bankrekening

Het is verplicht om gebruik te maken van een aparte bankrekening van waaruit alle uitgaven met betrekking tot het persoonlijke-assistentiebudget verricht worden.

De rekening staat bij voorkeur op naam van de budgethouder (persoon met een handicap). De rekening kan ook op naam staan van:

  • de wettelijk vertegenwoordiger (bijvoorbeeld ouder, voogd, voorlopig bewindvoerder)
  • de persoon die aangesteld werd via notariële akte
  • de minderjarige

U bezorgt uw gegevens aan het VAPH

U bezorgt de volgende documenten aan het VAPH:

U kunt de formulieren registreren in het e-loket mijnvaph.beopent dialoogvenster. Of u stuurt ze via e-mail of per post aan:

VAPH
team Budgetbesteding
Zenithgebouw
Koning Albert II-laan 37
1030 BRUSSEL
budgetbesteding@vaph.be

U ontvangt een werkkapitaal van het VAPH

Bij de start van uw persoonlijke-assistentiebudget ontvangt u een werkkapitaal. Uw werkkapitaal bedraagt afgerond 5/12 van uw jaarbudget en wordt na ontvangst van uw startdocumenten uitbetaald op uw PAB-rekening.

Het dient om de facturen van de overeenkomsten die u sloot, te betalen zonder dat u die zelf moet voorschieten. Het is geen deel van uw budget, maar een eenmalig voorschot bovenop uw budget. Wanneer uw persoonlijke-assistentiebudget stopt, moet het werkkapitaal volledig terugbetaald worden aan het VAPH.

Let op: Als u tijdens de laatste maanden van het jaar start met uw persoonlijke-assistentiebudget, dan is uw budget voor uw opstartjaar lager dan uw werkkapitaal. Wanneer uw persoonlijke-assistentiebudget stopt, moet het werkkapitaal volledig terugbetaald worden aan het VAPH.

U betaalt uw persoonlijke-assistent(en) via uw aparte bankrekening

U kunt uw budget besteden aan directe kosten en aan indirecte kosten.

Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de taak als werkgever/opdrachtgever. 

Bijvoorbeeld: het loon van de persoonlijke assistent, de kosten voor woon-werkverkeer van de persoonlijke assistent, de kosten voor woon-werkverkeer van de wijk-werker, de werkgevers- en werknemersbijdragen, de verplichte verzekeringen die in het kader van het werkgeverschap gesloten moeten worden, de kosten voor een sociaal secretariaat. Ook eventuele opleidingen voor de persoonlijke assistent in functie van zijn taak zijn directe kosten.

Binnen de directe kosten zijn er:

  • kosten die recht geven op VIA 4-middelen
  • niet-VIA 4-kosten

Indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks voortvloeien uit het sluiten van een (arbeids)overeenkomst.

Bijvoorbeeld: een bioscoopticket van de persoonlijke assistent, een treinticket van de persoonlijke assistent voor verplaatsingen tijdens de werkuren, reis-en verblijfskosten van de assistent, ook van de vrijwilligers.

De indirecte kosten mogen tot maximum 5 % van uw jaarbudget bedragen. U kunt zelf uw maximum van 5 % aan indirecte kosten berekenen: jaarbudget /100 x 5 + € 50 (voorzien voor aansluiting bij een bijstandsorganisatie).

U kunt enkel de indirecte kosten van de persoonlijke assistent(en) inbrengen. 

Bijvoorbeeld: 

  • Als u een bezoek brengt aan een dierentuin of een museum en u hebt daarbij uw persoonlijke assistent nodig, dan kunt u het inkomticket van de persoonlijke assistent in rekening brengen, niet uw eigen ticket. 
  • Als u een restaurant of drankgelegenheid bezoekt en u hebt assistentie nodig, dan kunt u enkel de consumptie van uw persoonlijke assistent inbrengen.

Op de pagina Directe en indirecte kosten in het kader van een persoonlijke-assistentiebudget vindt u een overzicht van de directe en indirecte kosten die u kunt indienen.

Hoe dient u uw kosten in?

U bezorgt een lijst van uw kosten aan het VAPH via het e-loket mijnvaph.beopent dialoogvenster of via de Kostenstaat voor het persoonlijke-assistentiebudget. Het VAPH betaalt u die kosten dan terug via uw aparte bankrekening.

De originele betaalbewijzen moet u niet bezorgen aan het VAPH. U moet ze wel gedurende 7 jaar thuis bewaren voor een eventuele controle. Als u uw persoonlijke-assistentiebudget gebruikt voor zaken waarvoor het budget niet bedoeld is of u kunt uw uitgaven niet bewijzen, dan zal het VAPH die kosten niet aanvaarden. 

Wanneer dient u uw kosten in?

U kiest er zelf voor wanneer en hoeveel kostenstaten u per jaar indient. Enkel bij de jaarovergang moet u het team Budgetbesteding vóór 1 maart van het nieuwe jaar een laatste kostenstaat bezorgen met de kosten van de laatste maand(en) van het voorbije budgetjaar. 

Bijvoorbeeld: de laatste kostenstaat voor 2020 kunt u tot 1 maart 2021 indienen. 

Loon- en verzekeringskosten zijn periode/jaargebonden. De kosten moeten ingediend worden binnen de periode/het jaar waarop ze betrekking hebben

Voorbeelden: loonbrieven, facturen reguliere diensten/kortverblijf, arbeidsongevallenverzekering, facturen van zelfstandigen, facturen sociaal secretariaat.

Terugbetalingen (creditnota’s) en/of afrekeningen die voortvloeien uit die kosten, moeten ingediend worden binnen de periode/het jaar waarop ze betrekking hebben.

Voorbeelden: creditnota’s sociaal secretariaat, afrekeningen arbeidsongevallenverzekering …

Als u in een lopend budgetjaar bijkomende kosten of terugbetalingen moet indienen voor een voorgaand budgetjaar moet u een aparte kostenstaat opsturen met vermelding periode/jaar waarop ze betrekking hebben. De kosten of terugbetalingen zullen dan verrekend worden naar die periode. 

Drie praktische voorbeelden: 

  • De betaling van de premie van de arbeidsongevallenverzekering 2020 dient u in in 2021, ook al betaalde u die in 2019. 
  • Als u een terugbetaling ontving in 2020 voor de arbeidsongevallenverzekering van 2019, moet die toegerekend worden aan uw kosten van 2019. U moet daarvoor een bijkomende kostenstaat 2019 insturen.
  • Een terugstorting van de RSZ die gebeurt in mei 2020, maar die betrekking heeft op de bijdragen voor de tewerkstelling in de laatste maanden van 2019, moet toegerekend worden aan de laatste maanden van 2019. U moet daarvoor een bijkomende kostenstaat 2019 insturen.

Opgelet: bijkomende kosten of terugbetalingen kunt u slechts indienen tot maximum twee jaar na het verstrijken van de periode waarop de kosten/terugbetalingen betrekking hebben.

Kosten die moeten ingediend worden op de kostenstaat volgens factuurdatum: wijk-werk- en dienstencheques, advertentiekosten, inschrijvingsgeld en kosten van opleiding van assistenten.

In de bankmededeling, bij iedere bijstorting, vermeldt het VAPH het saldo aan nog beschikbare PAB-middelen voor het betreffende budgetjaar.

Beheer uw PAB online via Mijn VAPH

Documenten

Gegevens van de budgethouder en van het rekeningnummer bij een persoonlijke-assistentiebudget

Overeenkomst voor kortdurend verblijf voor minderjarigen met een handicap bij een multifunctioneel centrum of een vergunde zorgaanbieder

Toestemming om een attest voor extra dienstencheques rechtstreeks aan een bijstandsorganisatie te bezorgen