Organisaties voor vrijetijdszorg [VTZ]

Erkenningsvoorwaarden

Om erkend te worden en te blijven, moet een organisatie voor vrijetijdszorg voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. opgericht zijn als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is de leden een vermogensvoordeel te bezorgen, of een geleding van deze instanties of een samenwerkingsverband tussen deze actoren;
  2. zich richten tot personen met een handicap
    Bij voorrang personen die nog niet beschikken over een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
  3. beschikken over voldoende deskundigheid en ervaring in de vrijetijdszorg voor personen met een handicap;
  4. de volgende activiteiten met betrekking tot vrijetijdszorg voor personen met een handicap uitvoeren:
    • uitbouw van een eigen uniek vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap voor wie het beschikbare vrijetijdsaanbod binnen de reguliere vrijetijdssector niet bereikbaar of toegankelijk is
    • vrijetijdstrajectbemiddeling op maat voor personen met een handicap
      De methodiek bij het verhelderen van de eigen behoeften en mogelijkheden van de individuele persoon met een handicap op het domein van vrije tijd, om die te leiden naar het reguliere of het doelgroepspecifieke vrijetijdsaanbod, op basis van de eigen mogelijkheden en wensen. De methodiek bestaat uit de volgende fasen die vervuld moeten zijn:
      • een aanmeldingsfase waarin de persoon zijn vrijetijdsvraag kenbaar maakt;
      • een vraagverduidelijkingsfase waarin de vraag onderzocht en geanalyseerd wordt;
      • een zoekfase waarin het geschikte en beschikbare vrijetijdsaanbod wordt opgesomd, teruggekoppeld en overlopen;
      • een bemiddelingsfase met als opzet de persoon te begeleiden naar de vrijetijdsinitiatieven in het kader van toeleiding;
    • sensibilisering (sensibiliseren voor en organiseren van vorming voor de reguliere vrijetijdssector op het vlak van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap);
    • belangenbehartiging (de individuele en collectieve belangen met betrekking tot het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap behartigen met als doel dat er bij de organisatie van het vrijetijdsaanbod door reguliere aanbieders en overheden rekening wordt gehouden met de individuele en collectieve belangen van personen met een handicap);
  5. deelnemen aan het regionaal platform vrijetijdszorg dat per Vlaamse provincie is/moet worden opgericht en dat bestaat uit de erkende vrijetijdszorgorganisaties voor die provincie
    Het regionaal platform vrijetijdszorg neemt volgende taken op:
    • het vrijetijdsaanbod ten aanzien van de doelgroep personen met een handicap, en de lacunes ter zake, in de provincie in kwestie in kaart brengen;
    • het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod voor de doelgroep personen met een handicap, via netwerking;
    • beleidsadviezen formuleren over de verdere uitbouw van vrijetijdszorg binnen de provincie in kwestie;
    • de opgebouwde expertise, kennis en doelgroepspecifieke deskundigheid inzake vrijetijdszorg ter beschikking stellen van het niet-erkende specifieke vrijetijdsaanbod en van de reguliere vrijetijdssector in die provincie;
    • het vrijetijdsaanbod van de erkende vrijetijdszorgorganisaties in een bepaalde provincie op structurele wijze afstemmen op het beschikbare reguliere vrijetijdsaanbod met het oog op optimale inclusie;
  6. in hoofdzaak werken met vrijwilligers die belast zijn met de vrijetijdszorg voor de personen met een handicap;
  7. beschikken over een beroepskracht die een ondersteunende en voorwaardenscheppende rol vervult ten opzichte van de bovengenoemde vrijwilligers;
  8. handicapspecifieke kennis en deskundigheid op het domein van de vrijetijdszorg voor personen met een handicap verder uitbouwen en die kennis en deskundigheid ter beschikking stellen binnen zowel het reguliere als het vrijetijdsaanbod voor personen met een handicap;
  9. een samenwerking uitbouwen met de reguliere vrijetijdssector bij het systematisch nastreven van een zo ruim mogelijk vrijetijdsaanbod voor de doelgroep in kwestie binnen de reguliere vrijetijdssector;
  10. jaarlijks rapporteren aan het regionaal platform vrijetijdszorg, vermeld in punt 5, over de verdeling van de geleverde prestaties over de verschillende activiteiten, vermeld in punt 4.

Als organisaties die erkend of vergund zijn door het VAPH overgaan tot een fusie of overdracht van beheer, moeten ze dat tijdig melden aan het VAPH. Zo kan het VAPH de vergunningen en/of erkenningen van de betrokken organisaties aanpassen.