Multifunctionele centra [MFC]

Aftopping bijdrage (inclusief bijdrage voor begeleiding)

-21-jarigen

Voor een -21-jarige voor wie er geen recht op kinderbijslag is en bij wie het netto jaarlijks belastbaar inkomen van de ouders of van de -21-jarige lager is dan de grens van netto belastbaar jaarinkomen 14.295,20 euro + 1.429,52 euro per kind ten laste (basisbedrag 2016), moet er geen bijdrage betaald worden. In dergelijk geval mag u dan ook geen bijdrage meetellen in het totaalbedrag ‘bijdrage voor het VAPH’.

Als er geen recht op kinderbijslag is en het netto jaarlijks belastbaar inkomen hoger is dan de indexveranderlijke grens, moet er wel een bijdrage berekend en betaald worden, alsof er recht op kinderbijslag is, zoals in onderstaande rekenregels omschreven.

Het kinderbijslagbedrag zelf waarmee in de bijdrageberekening op het einde van de maand rekening gehouden wordt , is nog steeds niet het werkelijk geïnde bedrag. Het is te berekenen volgens het kinderbijslagstelsel voor werknemers (en enkel basisbedrag + verhoging voor leeftijd + verhoging voor handicap). Er wordt geen rekening gehouden met andere eventuele verhogingen, zoals bijvoorbeeld wezenbijslag.
De kinderbijslagtabellen kunt u terugvinden in de Infonota van 22 november 2018opent dialoogvenster.

Op dagbasis wordt afgetopt op 17,20 euro (basisbedrag 2016, dit omvat verblijf en dagopvang schoolaanvullend). De maximale bijdrage op maandbasis is de som van de per dag getelde (afgetopte) forfaits.
Als aan een van onderstaande voorwaarden voldaan is, wordt daarnaar afgetopt:

  • 2/3 van de kinderbijslag voor geplaatsten door jeugdrechter of een beslissing van de intersectorale toegangspoort dat 1/3 van de kinderbijslag op het spaarboekje van de gebruiker komt 
  • 3/3 van de kinderbijslag (voor regulieren) lager dan de maximale bijdrage op maandbasis
  • geen recht op kinderbijslag en inkomen vanaf 11.272,04 euro verhoogd met 1.127,20 euro per kind ten laste (basisbedrag 2002) op het verschuldigde bijdrage op maandbasis

Corrigerende regel

Deze regel is niet van toepassing op -21-jarigen die geen gebruik maken van hoogfrequent verblijf, en evenmin voor -21-jarigen die via kortdurend ondersteuning in verblijf zijn.

Bij verblijf wordt nog verder afgetopt volgens de volgende corrigerende regel (ook bij geplaatsten):

Er moet minstens een jeugdhulpbeslissing zijn voor 'Verblijf voor minderjarigen met een handicap (hoge frequentie)’ of 'Verblijf voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap' (of nog een lopende PEC-beslissing voor internaat) of ‘Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek’ EN een begeleidingsovereenkomst met een vork verblijf van gemiddeld 4-5 nachten per week.

Als dat het geval is, dan geldt de volgende formule:

[(X maal KB) + Y] = Z

X: alle dagen met minstens functie verblijf gedeeld door aantal kalenderdagen in de maand

KB: 3/3 van de kinderbijslag

Y: som van (afgetopte) bijdragen van alle dagen met ondersteuning zonder verblijf (bij begeleidingen is bijdrage facultatief)

Z: som mag nooit hoger zijn dan 2/3 van de kinderbijslag (geplaatsten lopende comité) of 3/3 van de kinderbijslag (reguliere aanmelding)

De regel is niet van toepassing op -21-jarigen die geen gebruik maken van hoogfrequent verblijf, en evenmin voor -21-jarigen die via kortdurend ondersteuning in verblijf zijn.

Houd ook rekening met het volgende:

  • Door de kinderbijslagwetgeving is het gebruikelijk dat in bepaalde gevallen van verblijf in het begin van de maand door de kinderbijslagkas 2/3 van de werkelijke kinderbijslag aan het MFC wordt gestort. Zo beschikt het MFC over een soort ‘voorschot’ dat moet verrekend worden in de factuur van de te betalen bijdrage op het einde van de maand. Is de te betalen bijdrage op het einde van de maand hoger dan de 2/3 van de kinderbijslag die het MFC in het begin van de maand ontving, dan moet de gebruiker/zijn ouders/wettelijk vertegenwoordiger het verschil aan de het MFC bijbetalen. In het andere geval moet het MFC terugbetalen.
  • Als de gebruiker in de loop van de maand de overstap maakt van een residentiële voorziening, erkend en gesubsidieerd door het agentschap Jongerenwelzijn, naar een MFC van het VAPH mag er voor die maand geen financiële bijdrage worden gevraagd door het MFC. Het bedrag dat het MFC niet kan innen, komt in aanmerking voor subsidiëring. Er mag daarvoor geen bijdrage vervat zitten in het totaalbedrag ‘bijdrage voor het VAPH’.
  • In aansluiting daarop blijven ook de bepalingen van de nota ‘kinderbijslag’ van IJH geldig (omzendbrief van 18 juli 2014). In die nota zijn onder meer de op te volgen afspraken geregeld bij wisselende, gedeelde trajecten tussen sectoren. In de maanden waarin de ene sector het overwicht heeft, moet die sector de melding uitvoeren en de 2/3 van de kinderbijslag innen alsook de vereffening van de bijdrage uitvoeren. De andere sector moet geen 2/3 van de kinderbijslag innen en ook geen bijdrage vereffenen. Ook daarbij wordt dus in de maanden dat het overwicht ligt bij het agentschap Jongerenwelzijn geen bijdrage gevraagd worden door het MFC. Het principe blijft: waar het zwaartepunt van het verblijf ligt volgens de jeugdhulpbeslissing, daar gaat de 2/3 van de kinderbijslag naartoe.

Voorbeeld 

Bij 3 dagen verblijf in een voorziening van het agentschap Jongerenwelzijn en 4 dagen verblijf in een MFC: de kinderbijslag gaat naar het MFC.

  • Om te vermijden dat jongeren enkel en alleen gebruik maken van dagopvang wegens het aanbieden van een maaltijd, is het mogelijk om een verminderde bijdrage te vragen voor dagopvang. Als geen maaltijd voorzien wordt, mag het MFC de bijdrage voor dagopvang verminderen met 3 euro.

+ 21-jarigen

Als +21-jarigen geen of onvoldoende inkomsten hebben, moet het MFC er voor zorgen dat alle rechten op inkomsten voor de gebruiker in orde gebracht worden.

Onderstaande regeling geldt voor +21-jarige gebruikers die niet onder woon- en leefkosten maar onder de bijdrageregeling vallen.

Voor +21-jarigen bedraagt het maximum 33,35 euro per dag. Dat is het basisbedrag 2016. Het geïndexeerde bedrag vindt u terug op de pagina bijdragen per ondersteuningsvorm en per leeftijd

Het bedrag op maandbasis mag in geen geval hoger zijn dan de inkomsten min het gereserveerd inkomen 357,39 euro of 190,61 euro (basisbedrag 2016) op basis van de doelgroepen die aan de beslissing hangen of op basis van bestaand contract en werkbekwaamheid.

De bepaling van het gereserveerd inkomen via de doelgroepen gebeurt als volgt :

  • indien enkel begeleiding: geen gereserveerd inkomen
  • indien enkel dagondersteuning: hoog gereserveerd inkomen 357,39 euro (basisbedrag 2016).
  • indien (o.a.) verblijf én hetzij bekwaam om tewerkgesteld te worden of in een erkend maatwerkbedrijf te werken, hetzij enkel motorisch en/of zintuiglijk en/of licht verstandelijk en/of autisme en/of NAH: hoog gereserveerd inkomen 357,39 euro (basisbedrag 2016)
  • indien (o.a.) verblijf én hetzij niet bekwaam om in een erkend maatwerkbedrijf te werken hetzij de doelgroep matig verstandelijk of ernstig verstandelijk: laag gereserveerd inkomen 190,61 euro (basisbedrag 2016)

Onder hoog gereserveerd inkomen wordt verstaan: als de gebruiker arbeidsinkomsten heeft (of een vervangingsinkomen dat gebonden is aan een vroeger arbeidsinkomen), 1/3 van zijn arbeidsinkomsten (of zijn vervangingsinkomen gebonden aan een vroeger arbeidsinkomen), als dat voordeliger is dan het forfait hoog gereserveerd inkomen 357,39 euro (basisbedrag 2016) mag dit in aanmerking worden genomen voor zijn / haar gereserveerd inkomen.

Houd, ook nog rekening met het volgende:

  • De inkomsten voor een gehuwde of wettelijk samenwonende gebruiker worden berekend door de inkomsten van de gehuwden of wettelijk samenwonenden te delen door twee als dat voordeliger is voor de gebruiker. Als gekozen wordt voor het gehalveerde, gezamenlijke inkomen, moet dat beschouwd worden als niet-arbeidsinkomen.
  • Met behoud van de toepassing van eventuele rechterlijke beslissingen over de onderhoudsplicht wordt het gereserveerd inkomen dat de gebruiker behoudt uit zijn inkomsten of uit een derde van zijn arbeidsinkomen of vervangingsinkomen dat gebonden is aan een vroeger arbeidsinkomen, verhoogd met 225,22 euro per kind ten laste (basisbedrag 2016) of het bedrag van de rechterlijke beslissing.

Het geïndexeerde bedrag vindt u terug bij de supplementen