Checklist prioritering

In module C bepaalt u de prioriteitengroep via de checklist prioritering.

Vaststelling ondersteuningsbehoeften in kader van IMB

In module D bepaalt u de nood aan hulpmiddelen en aanpassingen.

Wat is module D?

In module D van het multidisciplinair verslag beschrijft u de ondersteuningsbehoeften op het vlak van hulpmiddelen en aanpassingen (IMB) en motiveert u de goedkoopste adequate oplossing op basis van een persoonlijk advies volgens de methode voor persoonlijke adviesverlening van het Kenniscentrum Hulpmiddelen (KOC).

Opleiding methode voor persoonlijke adviesverlening

Het KOC organiseert jaarlijks een opleiding voor MDT-medewerkers over de methode voor persoonlijke adviesverlening.

Module D bevat:

  • administratieve gegevens over de betrokkene en het MDT
  • een globaal beeld van de beperkingen die belangrijk zijn om te oordelen over de vraag voor hulpmiddelen of aanpassingen
  • een of meerdere motivatieverslagen
  • een of meerdere bijlagen waaronder een offerte of factuur, testverslagen , verslagen van huisbezoek, film- en fotomateriaal, …

In een motivatieverslag toont u aan dat de gevraagde ondersteuning de goedkoopste adequate oplossing is aan de hand van:

  • de probleemactiviteit(en), aangevraagde hulpmiddel of aanpassing, type aanvraag (referteklasse, niet-referte, zeer uitzonderlijke zorgbehoefte)
  • de probleemstelling met een omschrijving van het precieze probleem, de mogelijkheden en beperkingen van de betrokkene en de reeds gebruikte hulpmiddelen in relatie tot die activiteit
  • de functionele en technische eisen waaraan de oplossing moet voldoen
  • een omschrijving van de aangevraagde oplossing met verwijzing naar een testverslag, brochure of plan in bijlage
  • overwogen maar niet-gekozen alternatieven aangevuld met de reden waarom ze niet voldoen met verwijzing naar een testverslag in bijlage
  • de motivatie voor de hulpmiddelen waarvoor de bijzondere bijstandscommissie (BBC)opent dialoogvenster een beslissing moet nemen (zeer uitzonderlijke zorgbehoefteopent dialoogvenster, hulpmiddelen buiten de refertelijst) aangevuld met een verwijzing naar een offerte of factuur als bijlage.

De items op de offerte komen overeen met de aangevraagde, omschreven en gemotiveerde items in het adviesrapport. Uit het adviesrapport en de offerte is duidelijk wat elk item precies is, waarvoor het dient en waarom het voor betrokkene noodzakelijk is.

Houd rekening met volgende tips:

  • Vermijd tegenstrijdige informatie.
  • Gebruik de hulpmiddelenfiches en de hulpmiddelendatabank om na te gaan welke hulpmiddelen met een referteklasse bedoeld worden en voor wie die hulpmiddelen bestemd zijn.
  • Voeg bij woningaanpassingen een plan met maatvoering toe. Voeg testverslagen en foto- en filmmateriaal toe als dat bijdraagt tot de begrijpbaarheid van de gegeven motivatie.
  • Vraag ondersteuning aan het KOC bij problemen met adviesverlening of rapportering.
  • Volg de richtlijnen van het VAPH (bijvoorbeeld BVR 13 juli 2001, art 16, goedkoopst adequaat, multifunctionele hulpmiddelen …)

Globaal beeld

De ondersteuningsbehoeften worden in het luik 'globaal beeld' geobjectiveerd. Op basis van die gegevens moet er een uitspraak kunnen gedaan worden over het interventieniveau en de functiebeperking voor aanvragen ingediend voor 1 juli 2019, en over de algemene doelgroep van de hulpmiddelenfiches voor aanvragen ingediend vanaf 1 juli 2019. Momenteel is dat een vrij tekstveld.

Als u een nieuwe algemene doelgroep motiveert, toont u aan dat de persoon voldoet aan de beschrijving van deze doelgroep op de website van het VAPH. In het geval van een motorische stoornis moet u de relevante gegevens uit een actueel motorisch en functioneel bilan opnemen in het MDV. U beschrijft deze gegevens in module A, of wanneer er geen module A ingediend wordt, neemt u de info op in het globaal beeld van module D. Vermeld steeds de datum van het bilan waaruit de gegevens zijn overgenomen en door wie (naam en discipline) het bilan werd opgesteld.

Wanneer u voor de vervollediging van de documentatie van de aanvraag een uitgebreide module D met globaal beeld moet aanleveren, moet daarin informatie omtrent participatieproblemen vanuit verschillende invalshoeken en de beperkingen van de aanvrager terug te vinden zijn. Het MDT kan daarvoor gebruik maken van de elementen die moeten beschreven worden in module B (beschrijvende module) in kader van een vraag naar een persoonsvolgend budget.

In zoverre dat het relevant is voor de individuele situatie van de persoon voor wie het dossier wordt ingediend, geeft het team info over:

  • communicatie: stotteren, apraxie, afasie, problemen met de stem, beperkt taalbegrip, woordvindingsmoeilijkheden, beperkte woordenschat, gebruik SMOG, en de mogelijke invloed op relaties
  • zelfredzaamheid: hygiëne, huishouden, boodschappen, voeding, administratie, financiën, dagbesteding en mentale functies
  • mobiliteit: binnenshuis/buitenshuis, trappen, transfers, vervoer
  • deelname aan het maatschappelijk leven: daarmee worden onder andere tussenmenselijke relaties bedoeld en het verder sociaal functioneren en deelnemen aan de maatschappij. Met andere woorden: externe factoren: (aangepaste) woning, sociaal netwerk, vrijetijdsbesteding, gebruik hulpmiddelen en persoonlijke factoren: interesse, leeftijd, persoonlijkheid, vaardigheden, algemene lichamelijke conditie, levensstijl en leefgewoonten

Indien niet relevant, hoeft u de informatie niet te beschrijven. U moet ook zoveel mogelijk oog hebben voor wat goed verloopt en wat minder goed verloopt. Beide aspecten moeten duidelijk worden uit de beschrijvingen in 'globaal beeld'.

Wanneer globaal beeld invullen?

  • Bij een eerste vraag voor hulpmiddelen.  
  • Als er veranderingen zijn in het functioneren van de persoon, ten opzichte van de beschrijving in een vorige module D. 
  • Als er veranderingen zijn in de situatie van de persoon, ten opzichte van de beschrijving in een vorige module, die relevant zijn voor het gebruik van hulpmiddelen (bv. de aan- of afwezigheid van een zorgverstrekker, een verhuis ...). 
  • Als er een algemene doelgroep wordt aangeduid in het adviesrapport, die nog niet eerder toegekend werd (welke doelgroepen toegekend zijn is te zien in mijnvaph.be). Er moet gemotiveerd worden dat de persoon behoort tot deze doelgroep volgens de richtlijnen van het VAPH. 
  • Het motiveren van de algemene doelgroepen in het globaal beeld is overbodig wanneer een eerder toegekende functiebeperking of interventieniveau overeenkomt met de gevraagde algemene doelgroep. In welke situaties dit het geval is, is uitgelegd op de pagina eerder toegekende functiebeperkingen en interventieniveaus.

Beperkte module D nodig

In sommige gevallen moet module D slechts beperkt ingevuld worden. Dit is het geval bij huurhulpmiddelen voor snel degeneratieve aandoeningen (SDA) en wanneer er een expertenrapport voorhanden is:

  • Voor de aanvraag van huurpakketten SDA volstaat in het motivatieverslag een verwijzing naar het bijgevoegd en ingevuld rolstoeladviesrapport (RAR). Een huisbezoek of testverslag is niet nodig. Een aanvraag van huurpakketten SDA kan enkel ingediend worden door een gespecialiseerd MDT voor SDA.
  • Voor de aanvraag van de hulpmiddelen/ aanpassingen waarbij een gemachtigd expert werd ingeschakeld, volstaat in het motivatieverslag een verwijzing naar het expertrapport. Het expertrapport met bijbehorende documenten moet integraal als pdf-document toegevoegd worden.

Geen module D nodig

In een aantal situaties is geen module D noodzakelijk, maar kan de persoon met een handicap zelf een eenvoudige aanvraag indienen. Meer informatie vindt u op de pagina aanvraagprocedure voor meerderjarigen.