Wanneer welke module indienen, vergoeding, overmacht

Objectivering van de handicap

In module A objectiveert u de handicap.

Objectivering van de ondersteuningsnood

In module B objectiveert u de ondersteuningsnood.

Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)

1. Wat is CVS?

Het chronisch vermoeidheidssyndroom is een diagnose die gesteld kan worden indien er een uitgesproken vermoeidheid bestaat die langer dan 6 maand aanhoudt, die niet verdwijnt door rust en waarbij een medische of psychiatrische oorzaak van de vermoeidheid werd uitgesloten. Daarnaast komen een aantal uiteenlopende en vaak aspecifieke bijkomende klachten voor, zoals hoofdpijn, slaapstoornissen, concentratiestoornissen, stoornissen in het geheugen, lichte koorts, gewrichts - en spierpijnen en een geïrriteerde keel. 

Een verwante, gedeeltelijk overlappende aandoening is fibromyalgie. Daarbij staan vooral chronische, diffuse pijnklachten en stijfheid ter hoogte van het locomotorisch stelsel op de voorgrond. De diagnose wordt vooral gesteld aan de hand van het opwekken van pijn op een aantal beschreven drukpunten. Uit de literatuur valt niet duidelijk op te maken of het een vorm van CVS betreft, waar de klachten rond spieren en gewrichten sterk op de voorgrond treden, of dat CVS en fibromyalgie toch min of meer aparte entiteiten zijn. Een deel van de patiënten met fibromyalgie beantwoordt ook aan de criteria voor CVS. Beide syndromen worden schematisch voorgesteld als twee venndiagrammen, die elkaar gedeeltelijk overlappen.

Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) staat onder tal van benamingen bekend. De overkoepelende term ‘stressgebonden pijn- en uitputtingssyndromen’ wordt vaak naar voor geschoven in het kader van CVS en fibromyalgie, doordat het gaat over een algehele aantasting van het stress-systeem. In de ICF wordt dan weer de term ‘inspanningsintolerantie‘ gebruikt. Een andere benaming die in de literatuur naar voor komt is Myalgische encefalomyelitis (ME).

Voor de behandeling van CVS en fibromyalgie wordt zowel fysieke als psychologische revalidatie aanbevolen, waarbij vooral een combinatie van cognitieve gedragstherapie en fysieke reconditionering resultaten geven. Hierbij wordt in ideale omstandigheden gewerkt vanuit het biopsychosociaal model, rekening houdend met de individuele noden van de persoon. Het doel van de behandeling is dat personen terug grip krijgen op hun symptomen waardoor ze erin slagen om hun mogelijkheden te verbeteren. Het gebruik van hulpmiddelen is meestal niet aangewezen omdat ze de kans op herstel kunnen verminderen.

2. Wijze van diagnosestelling

Een correcte diagnose van CVS veronderstelt een uitwerking in een multidisciplinair diagnostisch centrum voor CVS met een team van verschillende zorgverleners waaronder een arts-internist, een psychiater en een fysisch arts. 

3. Toetsing aan de definitie van handicap

Personen met CVS komen zelden in aanmerking voor een erkenning als persoon met handicap. Enkel in zeer uitzonderlijke gevallen waarbij de aandoening onderzocht werd in één van de multidisciplinaire diagnostische centra voor CVS en waarbij de problematiek reeds jarenlang aansleept, de participatieproblemen bijzonder ernstig zijn en blijven ondanks intensieve behandeling volgens het biopsychosociaal model kan een erkenning handicap eventueel overwogen worden. 

4. Gegevens Helios

Datum diagnosestelling

De datum die u moet invullen, is de datum van de eerste diagnosestelling. Als u die datum niet kent, dan kunt u de datum van het meest recente medische verslag (waarin de diagnosestelling wordt bevestigd) invullen.

Toelichting stoornis

Motiveer waarom en hoe de diagnose gesteld werd. 

Multidisciplinair

U moet aangeven of de diagnose al dan niet multidisciplinair werd gesteld en door welke disciplines. Als de diagnose niet multidisciplinair werd gesteld, moet dat toegelicht worden.

Behandelingen

Om te staven dat het gaat om een langdurige en belangrijke beperking is het belangrijk dat u aangeeft welke behandelingen er reeds hebben plaatsgevonden en welke behandelingen er in de toekomst nog gepland worden. Voor deze stoornis moet u minimaal het fysieke en psychologische traject en de effecten daarvan beschrijven.

Als u enige informatie hebt over de prognose dan moet u die vermelden. Geef daarbij aan wat de verwachtingen zijn zowel op korte als op lange termijn. Als het moeilijk is om die inschatting te maken, mag u dat vermelden in het tekstvak.